Hi rodekruissocialmediawizard,

Het is tijd. Tijd voor social media. Ongetwijfeld heb je vragen. En antwoorden. Wees gerust, die komen zeker aan bod. Maar nu, nu gaat het om de wijze waarop je meer haalt uit social media. Elimineer de ruis, laat het zendermonopolie los en experimenteer. Succes, wel dat je het niet nodig hebt.

Social media en het verloren zendermonopolie


Newsflash, je bent op social media alleen populair als anderen jou dat gunnen. Daar kun je duizenden posts tegenover zetten, maar over het algemeen geldt: hoe meer je zendt vanuit jezelf, hoe minder interactie volgt met het publiek. 

Ingewikkeld? Zeker. Analyseer hieronder de twitter timeline van het Rode Kruis. Wat valt je op?

  1. Benoem push en pull passages 
  2. let op de rol van de zender en de rol van de ontvanger en benoem in hoeverre de ontvanger 1. aangesproken wordt en 2. een rol speelt
  3. hoe benut het NL Rode Kruis de ISA-ladder?

Bestudeer nu onderstaande post van CoolBlue. Wat valt je op?

De grote Kwistnietdatditeenkwisisquiz

Net op het moment dat je denkt ‘het komt niet meer’, dan komt ie toch. De quiz. Vanwege het gepiel op het scherm met inzoomen doen we het dit keer met een degelijke PDF. Lekker statisch quizzen. 

Hier is de PDF met daarin 84 multiplegokvragen.

Social media, het is ingewikkelde materie. Hoe nu verder?

De drie pijlers van social media bieden uitkomst:

  1. Stel relevante vragen

  2. Tijd wordt vloeibaar

  3. Bied anderen een podium

Meer weten? Download de hand-out socialmediastorytelling.pdf. Schrijven voor social media? Download de hand-out Schrijven voor social media – tien tips.pdf

1. Stel relevante vragen

Voorkom ruis en mobiliseer mensen vanuit vragen die voor hen relevant zijn. Zowel in journalistiek opzicht als vanuit intrinsieke motivatie van mensen om de meerwaarde van social media te benutten (of: bewust te negeren). Wat dit concreet betekent: bedenk altijd wat mensen willen weten, denken en doen met het aanbod van EenVandaag.

Faciliteer gericht interactie tussen volgers en niet-volgers. Onderwerpen gaan pas viraal als er wederzijds gewin is tussen de mensen die actief en passief social media gebruiken.

Relevante vragen zijn de sleutel. Zoals The Counted die de relevante vraag stelt: hoeveel mensen komen om door politiegeweld?

Of radiostation WNYC die het publiek de vraag stelt: weet u waar achterlaten fietsen het straatbeeld van New York ontsieren en alles netjes via Google Maps in kaart brengt met de Abondoned Bike Tracker?

Zo kun je ook de vraag stellen: hoeveel incidenten zijn er in AZC’s veroorzaakt door bewoners afkomstig vanuit welke landen (inclusief Nederland)? Geef de gecrowdsourcede data in pseudo realtime weer en je kunt direct aan de slag met research.

2. Tijd wordt vloeibaar

Internet vergeet niet. Internet is niet meer gebonden aan tijd. Reportages van nu zijn over drie jaar opeens weer actueel. Berichtgeving van vandaag is de basis voor nieuwe invalshoeken van morgen gebaseerd op relevante vervolgvragen. De tijd dat een journalist eenmalig een item maakt en vervolgens doorgaat naar het volgende en niet meer achterom kijkt… Die tijd ligt achter ons.

Bij de MH17-ramp was realtime berichtgeving het begin en pakten burgerjournalisten het onderzoek op via social media. De onderzoeksresultaten zijn vandaag nog relevant. Hoe zit het bijvoorbeeld met het wel of niet beschikbaar zijn van radarbeelden?

Bij een reportage over graatmagere modellen en nieuwe wetgeving in Frankrijk kan het onderwerp een nieuwe dimensie krijgen als je via social media bijhoudt welke eisen verschillende mode glossy’s door de jaren hanteren.

Kijk ook welke congressen er aan zitten te komen rondom thema’s als: anorexia / schoonheidsideaal / eetproblematiek en psychische klachten / sociale druk / etc.

Houd er een strakke social media agenda op na en plan vooruit. Bijvoorbeeld een sporter volgen in de aanloop naar de Olympische Spelen. Een social media dagboek is ook nog over 8 jaar relevant als er wederom Spelen zijn.

3. Bied anderen een podium

Akkoord. Via de krant heb je een podium en dat podium is voor een groot deel gerelateerd aan het bereik via de bestaande mediakanalen. Krant of website? Bij social media maakt het voor de nieuwsconsument niet uit waar hij of zij informatie vandaan haalt en met wie hij of zij over relevante content communiceert.

Bij social media ligt de macht bij de gebruiker
Van toonaangevende onderzoekers zoals Robert Cialdini weten we dat mensen nog steeds gevoelig zijn voor collectiviteit (groepsprocessen en groepsdruk) en dat mensen volledig openstaan voor het gedachtegoed van zogenaamde thought leaders.

Thought leaders zijn vooraanstaande twitteraars, bloggers, vloggers, etc. die beter dan gemiddeld geïnformeerd zijn, een groot bereik hebben en in staat zijn om via social media verbindingen te leggen tussen collectieven en individuele gebruikers.

De derde pijler draait het zender – ontvanger model volledig om
Zet mensen en organisaties op een podium en indirect zet je daarmee jezelf ook op een podium. Verwijs naar baanbrekend onderzoek van De Correspondent en De Correspondent zal verwijzen naar een artikel op jouw website of een twitterfeed van een collega verslaggever.

Doug Stevenson is verhalenverteller. In dit YouTube-filmpje vertelt hij over zijn zieke hond. Iets met een bittere pil. In het filmpje onderscheidt Stevenson verschillende storytelling-elementen:

  • Held – de hoofdrolspeler die een doel nastreeft
  • Helper – de held kan het niet alleen en heeft helpers nodig.
  • Dader – een klassieke boosdoener of, zoals George Bush jr. het ooit noemde, een kwaadwillende.
  • Slachtoffer – er is altijd iemand die de dupe wordt van iets.
  • Doel (van de held) – het overkoepelende streven van de belanghebbenden. Vaak is er sprake van een worsteling om het doel te bereiken.
  • Obstakel voor de held en helpers – dit zijn de hoofdbestandsdelen van de struggle, de worsteling die mensen moeten ondergaan om het doel te bereiken.

Wat je met bovenstaande kunt?

Heel eenvoudig: herken de verhaalelementen, benoem de rol van Het Rode Kruis in het geheel en verken of mobiliteit in rollen mogelijk is.

Oefening: Online ver-storifi-seer een tekst

Social media zijn, hoe vreemd het ook klinkt, vaak statisch. Negen van de tien keer is de zender gebaat bij de communicatie en ‘mogen’ socialmediagebruikers vrijwillig aansluiten. Dat is allesbehalve sympathiek. Vraag: hoe zorg je ervoor dat mensen zich meer jouw socialmediakanalen binden? Antwoord: benut socialmediastorytelling.

Opdracht: bekijk hiernaast het filmpje van Doug Stevenson. Doug wie?

 

 

Doorloop de volgende 5 stappen:

  1. Kies een onderwerp waar je aandacht aan wilt (moet?) besteden op social media
  2. Download het storytelling invulformulier
  3. Vul het formulier in
  4. Bedenk 3 suggesties om storytelling toe te passen op jouw onderwerp. Voorwaarde is dat er mobiliteit optreedt tussen de rollen. De websitebezoeker en/of socialmediagebruiker is bij voorkeur de held of helper. Dader mag ook, maar dan moet je wel ombuigen gaandeweg het verhaal.
  5. Werk 1 suggestie uit in meerder posts / tweets (schrijf de passages waarbij online storytelling aan bod komen voluit)